Interview Irma Lommen – Salden, winnares van de Limburgse genealogische prijs deel1

Reacties1

Wij maken kennis met genealogie fan en expert in Limburgse immigratie, Irma Lommen – Salden (1952, Berg a/d Maas) moeder en echtgenote.

Irma, hartelijk dank voor het interview, jij bent winnares van de Limburgse genealogische prijs uitgereikt door het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG), de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) en de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde (VVF) voor jouw publicatie “Landverhuizers uit de Westelijke Mijnstreek 1850-1900”.

Kun je omschrijven wat deze genealogische prijs voor jou betekent?
Deze prijs betekent heel veel voor mij! Ik zie het als een erkenning voor al mijn werk gedurende deze bijna 20 jaar.

Jij bent sinds 1992 bezig met het in kaart brengen van landverhuizers vanuit Limburg in de periode 1850-1900. Waar komt deze interesse vandaan?
Puur toeval! In het voorjaar van 1992, bij het opruimen van onze boekenkast, kwam ik oude nummers van het Limburgs Tijdschrift voor Genealogie (LTG) tegen en dat heb ik altijd wanneer ik boeken of tijdschriften in handen krijg die ik al lang niet meer ingezien heb, deze oude nummers moest ik ’effe’ doorkijken. In een van de nummers was een artikel over Limburgse Landverhuizers en daarbij een lijst komende uit de ‘Staten der Landverhuizers’. Op dat moment woonden we in Limbricht dus zocht ik op deze of er ook Landverhuizers uit Limbricht bij waren en er waren, in mijn ogen, best wel veel! En zo is het begonnen.

Limbricht; Gemeente Atlas van Nederland, J. Kuyper 1865-1870

Heb je alle Limburgse landverhuizers inmiddels in kaart gebracht en kun je de gemiddelde landverhuizer omschrijven?
Nee, dat heb ik nog niet. In eerste instantie heb ik me alleen met de landverhuizers uit de voormalige gemeente Limbricht bezig gehouden. Hierover heb ik een artikelenreeks geschreven in het boven genoemde LTG (waarvan ik trouwens nu in de redactie zit). Later heeft het gebied zich uitgebreid tot heel Limburg en aan beide zijden over de grens gewoon vanwege het feit dat er in Minnesota onderling gehuwd werd.

De gemiddelde landverhuizer, ..hmmm? Ik weet niet of die bestaat.
Feit is dat er weinig persoonlijk materiaal bewaard is gebleven zoals dagboeken en brieven. Ik heb tot nu toe maar weinig geschreven materiaal kunnen achterhalen waarin de landverhuizers hun beweegredenen op papier hebben gezet. Wat ik wel kan zeggen is dat de meeste landverhuizers uit de lagere klasse kwamen wat ook begrijpelijk is. Wanneer men een goed bestaan had was er geen noodzaak om ‘een beter bestaan te vinden’. Dit laatste is de meest voorkomende reden van vertrek die in de bovengenoemde lijsten voorkomt.

De meeste landverhuizers hadden maar een klein lapje grond, daarbij hadden ze nog een andere bron van inkomsten nodig om in de wintertijd rond te komen. Velen waren wever of klompenmaker, mandenvlechter etc., beroepen die men met weinig middelen aan huis, of in huis, kon uitoefenen. Maar enig bezit moest er toch zijn want anders was er niets wat te gelde gemaakt kon worden om de overtocht te betalen! Dus het weinige wat men bezat werd via openbare verkopen verkocht.

Wanneer men de plaatselijke kranten (Maas & Roerbode, Mercurius) in de jaren 1862-1863 doorkijkt valt het grote aantal openbare verkopen op. Het gevolg hiervan was de de prijzen, voor land en huizen, enorm gedrukt werd.

De grootste uittocht vond plaats in de jaren 1862-1863 dit vanwege de ‘Homestead-Act’. Een wet afgekondigd door de Amerikaanse regering waarbij een ieder die hoofd van een gezin of 21 jaar en ouder was, een stuk land ter grootte van 160 acres (ong. 64 ha.) gratis in bezit kreeg wanneer men het 10 jaar bewerkte. Na die 10 jaar hoefden alleen de overschrijfkosten worden voldaan. Je kunt begrijpen dat dit een enorme lokker was voor de vele arme keuter boertjes die maar een paar ha. In bezit hadden.

Dus, de gemiddelde landverhuizers was iemand die op zoek was naar een beter bestaan voor zichzelf maar vooral ook voor de kinderen!

Wat betekende de emigratie voor Limburg in die periode?
Dat is eigenlijk een studie op zich. Waar ik me vooral mee bezig houd is te achterhalen hoe het deze landverhuizers in Amerika is vergaan.

Ik weet dat de landverhuizers uit de voormalige gemeente Limbricht vooral afkomstig waren uit het kerkdorp Einighausen. In het jaar 1863 verlieten er in totaal 47 personen (mannen, vrouwen en kinderen) het dorp. Dat zal zeker een gat geslagen hebben in de bevolking. Het inwoneraantal in de gemeente Limbricht bedroeg in 1799; 893, in 1849; 1471, in 1859; 1458 en in 1869; 1380. Nu weet ik dat deze daling niet alleen aan de landverhuizing te wijten is want het inwoneraantal van de gemeente Limbricht blijft dalen tot ong. 1900 waarna het aantal weer stijgt. Ik weet ook dat niet alle gezinnen die vertrokken naar Amerika gegaan zijn er werd in deze streek in die tijd ook veel naar Duitsland getrokken vanwege de grote vraag naar landarbeiders daar. Misschien dat deze vraag een volgende studie waard is.

Plaats een reactie

Het e-mailadres blijft privé en wordt niet gepubliceerd

  • Marleen


    juli 17, 2011

    Leuk interview, kort en krachtig uitgelegd waarover het gaat, en nog voldoende stof om te onderzoeken.