19 december 1952 opnieuw in beeld: Onthulling ‘De Dokwerker’ door koningin Juliana

Reacties

Vandaag, 19 december 2020, is het precies 68 jaar geleden dat koningin Juliana het Amsterdamse standbeeld ‘De Dokwerker’ onthulde. Naar aanleiding van een reeks gebeurtenissen die tien jaar eerder plaats vond, gaf de gemeente Amsterdam aan Mari Andriessen de taak om een monument te vervaardigen ter herinnering aan een hartverscheurende periode. Wat is de geschiedenis en aanleiding van de totstandkoming van dit beeld?

We beginnen in februari 1941. Februari was een turbulente maand, met verscheidene confrontaties tussen WA-leden (de ‘Weerafdeling’ van de NSB), de joodse en niet-joodse bevolking. Er hadden zich al aantal anti-joodse acties voorgedaan, zoals het ophangen van bordjes met daarop “Joden niet gewenscht”. Het was acht maanden na het begin van de Tweede Wereldoorlog, en het was onduidelijk wie er op straat de baas was. De spanningen liepen hoog op: de Amsterdamse bevolking moest niets hebben van de arrogante, dominante houding van de WA. Knokpartijen tussen beide kanten waren allesbehalve zeldzaam, en bereikten op 19 februari een grens voor de Duitsers. Leden van de Duitse politie waren een joodse ijssalon binnengetreden, en verdedigers hadden hen met ammoniakgas (dat wordt gebruikt in koelmachines) bespoten en weggejaagd. “Een aanslag,” vond de Duitse bezetter. In het weekend daarop, op 22 en 23 februari, vonden de eerste twee grote razzia’s van Nederland plaats in Amsterdam. Er werden 425 joodse mannen opgepakt en samengedreven op het Jonas Daniël Meijerplein, om uiteindelijk vervoerd te worden naar concentratiekampen.

Dit leidde tot grote onrust en protest bij de Amsterdamse bevolking. Zo was er nog niet eerder opgetreden door de bezetter. Communistische arbeiders kondigden een staking aan op 25 februari die twee dagen duurde: de bekende Februaristaking. Ook mensen van het openbaar vervoer sloten zich aan, en winkels sloten hun deuren. Zelfs leerlingen deden mee: zij legden hun schooltassen als een barricade over de straat, en blokkeerden de ingang van de school met zo’n 150 man. De gehele Amsterdamse samenleving werd platgelegd. De demonstratie telde uiteindelijk driehonderdduizend arbeiders. Na twee dagen werd het protest genadeloos beëindigd door de Duitsers. SS-chef Rauter, een leidinggevende man die zich bijzonder veel had aangetrokken van de voorgaande rellen en voor wie de maat vol was, verkondigde glashard: “Streik gibt es nicht im dritten Reich.” Er vielen negen doden, minstens twintig gewonden en overal werden stakers opgepakt en gefusilleerd. De dag daarop ontstonden er ook stakingen in Zaandam, Hilversum, Haarlem, Weesp, en Utrecht. Allen worden bloederig in de kiem gesmoord. De toon was gezet: verzet tegen de Duitse bezetter leidt tot de dood.

Fragment uit socialistisch blad De Vonk van half december 1941, waarin op strijdbare toon wordt teruggeblikt op de Februaristaking eerder dat jaar (bron: Delpher)

Tien jaar later krijgt Mari Andriessen de opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam om een herdenkingsmonument te ontwerpen ter nagedachtenis aan de Februaristaking. Andriessens eerste ontwerpen laten een mannenfiguur met knuppel zien, totdat hij voor een andere aanpak koos. Hij gebruikte hierbij zijn vriend Willem Termetz als inspiratiebron en liet hem model staan voor het beeld. Het verhaal gaat dat de twee samen in het verzet hebben gezeten. Termetz was een Haarlemse timmerman en had een zware lichaamsbouw: Andriessen gebruikte dit om het symbool van het verzet van de gewone man tegen de bezetter te versterken.

De gemeente Amsterdam reageert enthousiast op het kunstwerk en laat, na te hebben gewacht op het definitief voltooide ontwerp, het beeld in brons gieten in Parijs. ‘De Dokwerker’ was in eerste instantie 1,40 meter hoog. Om in een publieke omgeving goed de ruimte op te kunnen eisen, is het standbeeld op een platform gezet. Het eindresultaat werd uiteindelijk 2,60 meter. Het opschrift op het platform luidt: “FEBRUARI: STAKING 1941. DAAD VAN VERZET DER BURGERIJ TEGEN DE JODENVERVOLGING DOOR DE DUITSE BEZETTER.” ‘De Dokwerker’ stond eerst met zijn neus naar het Waterlooplein gericht, maar door een aantal verbouwingen in de buurt is hij dichter naar de synagoge geplaatst.

Herdenking Februaristaking op 25 februari 1956. Totaal onverwacht legde prinses Wilhelmina een bloemstuk bij het monument De Dokwerker (bron: Nationaal Archief, CCO)

Zo belanden we weer terug bij 19 december 1952: de datum waarop koningin Juliana het beeld op het Jonas Daniël Meijerplein mocht onthullen en een toespraak heeft gehouden. Er werden gedichten voorgedragen en bloemen gelegd. Sinds deze ceremonie in 1952 wordt er elk jaar een herdenking gehouden met een optocht langs het monument.

Het plein biedt een ruime omgeving waar u om het beeld heen kunt lopen, en gaat gebukt onder een duister stuk geschiedenis. Als u er nu loopt, zal het er hoogstwaarschijnlijk rustig zijn. Maar in 1941 was het de plek waar de eerste Nederlandse Joden bij elkaar werden gedreven; een beladen gebeurtenis om te herdenken.

Plaats een reactie

Het e-mailadres blijft privé en wordt niet gepubliceerd