Getekend, je vader in een nazi-gevangenis: Een bijzondere collectie brieven

Reacties

De BBC publiceerde onlangs een stuk over een opmerkelijk verhaal dat het MyHeritage Research team in 2015 tegenkwam. Destijds was het team hard op zoek naar Joden van het eiland Corfu, als onderdeel van een project om de nakomelingen van een Joodse familie van overlevenden van de Holocaust weer in contact te brengen met de bewoners van het eiland dat hen een toevluchtsoord had geboden.

Soms ga je op zoek naar de ene schat en graaf je een andere op. Dat is wat er gebeurde toen Roi Mandel, hoofd van het MyHeritage Research team, Dario en Vittorio Israel ontmoette – en ze een verrassende collectie brieven tevoorschijn haalden die hun vader tijdens de Holocaust uit een nazi-gevangenis had gesmokkeld.

Dario en Vittorio woonden met hun ouders in Triëst in Italië toen de Duitsers het land in 1943 bezetten.

Daniele en familie (foto verbeterd door MyHeritage)

Hun vader, Daniele, was bezorgd over de veiligheid van zijn vrouw en kinderen en stuurde hen de stad uit, in de hoop dat het uiteindelijk rustiger zou worden. Toen Daniele op 30 december 1943 in zijn stoffeerderij werd gearresteerd, keerden Dario, Vittorio en hun moeder Anna terug naar de stad en doken onder in een houtschuur die van Anna’s schoonbroer was, een katholieke timmerman. De houtschuur was krap en had geen licht of water – alleen een klein dakraam in het dak. De familie bracht de volgende 8 maanden van hun leven door in deze kleine ruimte.

In deze periode hielden Daniele en Anna een geheime correspondentie in stand door brieven in de kragen en manchetten van Daniele’s overhemden te naaien. Deze overhemden werden heen en weer gebracht naar de wasserij. Anna bewaarde elke brief die hij stuurde zorgvuldig – alle 250 brieven.

De brieven brengen een gedetailleerd en hartverscheurend verslag aan het licht van de 8 maanden die Daniele in de Coroneo-gevangenis in Triëst heeft doorgebracht.

Anna, Vittorio en Dario (foto verbeterd door MyHeritage)

Brieven smokkelen 

Daniele was een stoffeerder, en dus zeer bedreven met een naald en draad. Als hij een vies shirt naar de wasserette moest sturen, scheurde hij de naden, verborg hij de brieven zorgvuldig en naaide hij ze weer dicht. Twee van Daniele’s niet-joodse ex-werknemers haalden zijn wasgoed op en leverden het bij Anna met gevaar voor eigen leven af. Anna zou de brieven opzoeken, de kragen en manchetten losmaken, de brieven eruit halen en ze hardop voorlezen aan haar zonen. Daarna wast ze de shirts, schreef ze haar eigen antwoorden en naaide ze weer in voordat ze de schone shirts terugstuurde met de werknemers van haar man. Soms stuurde ze ook inkt, papier of voedsel waar Daniele om had gevraagd.

Dario en Vittorio, die toen 8 en 9 jaar oud waren, wachtten met spanning op elke brief.

Het onderhouden van een correspondentie onder de neus van de nazi’s was niet eenvoudig. De Duitse autoriteiten wisten dat Daniele een vrouw en twee zonen had en ze zetten hem regelmatig onder druk om hun verblijfplaats bekend te maken. Ze vroegen hem er elke week om, en martelen hem soms zelfs in een poging hem te laten vertellen waar zijn gezin zich schuilhield, maar Daniele stond erop dat hij geen contact met hen had. Als ze hadden gehoord van zijn correspondentie met Anna, zouden ze allemaal – en de mensen die hen hielpen – in groot gevaar zijn geweest.

Om ervoor te zorgen dat ze niet ontdekt werden, verbrandde Daniele Anna’s brieven direct na het lezen ervan. Hij waarschuwde Anna zelfs om alleen papier te gebruiken dat rustig brandde, uit angst dat de bewakers het gekraak zouden horen en het zouden onderzoeken.

“Ik heb geluk als ik jullie allemaal kan weerzien” 

Daniele schreef aan zijn vrouw en zonen over zijn ervaringen in de gevangenis, over de mensen die “weggestuurd werden om te werken” en over zijn liefde voor zijn familie en zijn herinneringen aan hen. Hij werd vooral gekweld door de herinnering aan een tijd waarin zijn zonen huilend thuiskwamen omdat sommige andere kinderen hen “Joodse varkens” hadden genoemd en hen in elkaar hadden geslagen. Dan was Daniele boos en strafte hij zijn zonen omdat ze zich niet hadden verdedigd. Jaren later, in een gevangeniscel voor de “misdaad” omdat hij als jood was geboren, betreurde Daniele de manier waarop hij de situatie had aangepakt en schreef hij zijn zonen en vroeg meer dan eens om vergeving.

Hieronder staat een vertaling van een brief die Daniele op 20 augustus 1944 stuurde:

Lieve Anna,

Vergeef me voor alles. Ik heb je gisteren geschreven, maar weet je, ik ben zo verdrietig. Om te denken dat degenen die vertrokken zijn naar hun werk zijn gegaan, terwijl er zo weinig van ons hier blijven. Na elk vertrek voelen we ons altijd een beetje melancholiek. Er zijn deze keer meer mensen vertrokken dan bij een eerder vertrek, en om te denken dat ze zijn vertrokken om te gaan werken terwijl wij in de gevangenis zitten, dan kun je niet blij zijn. Was het maar mogelijk dat de oorlog snel zou eindigen, maar wie weet?

Nu, lieve Anna, ik vraag je om sterk te zijn. Je bent al sterker dan ik. De verjaardag van onze lieve jongens komt eraan. Ik heb 200 lire verstopt voor deze gelegenheid. Nu stuur ik je het geld op voorhand, want ik ben altijd al de leverancier geweest, en ik weet niet of ik nog steeds hier in de gevangenis zit voor hun verjaardag. Dit is mijn cadeau aan hen. Als ik ze mijn leven kon geven, zou ik dat doen. Twee of drie maanden geleden had ik hoop voor deze dag. Ik hoopte dat alles voorbij zou zijn, en bij jullie allemaal te zijn om de jongens en mijn terugkeer te vieren. Maar het is niet zo. Ik maak geen voorspellingen meer, of luchtkastelen. Het is niet goed voor mij. Ik heb geen geluk. Ik zal voorspoed kennen, en dit zal mijn ware geluk zijn, als ik naar jullie terugkeer. Hoe triest is het om in zulke omstandigheden te leven.

Lieve Anna, vertel mijn lieve jongens dat ik ze mijn beste wensen overbreng. Dit zijn de wensen van een vader die heel veel van hen houdt. Ik weet zeker dat ze me zullen herinneren. Deze gedachte zal me een beetje troosten. Jouw denken aan mij zal de rest van mijn leven compleet zijn. Hoeveel trieste dingen ik moet schrijven bij gelegenheden die zo vreugdevol zouden moeten zijn. Gelukkig zijn zij die zich aan het lot overgeven. Als God me waardig vindt, geef ik mijn zegen aan de jongens en jij die hoopt op zijn [God’s] zegen. Ik wens de jongens een gelukkig en gezond leven toe en voor jou, Anna, de hoop dat God je gebeden zal vervullen. Groeten aan allen, dank aan hen die u helpen en mij ook hebben geholpen. Kus de lieve jongens voor mij. Een grote en warme kus voor jou.

 

De jouwe,

 

Daniele

Naarmate de tijd verstreek, werd het Daniele duidelijk dat de mensen die “naar het werk” werden gestuurd, naar iets veel sinisterders werden gestuurd, en dat het snel zijn beurt zou zijn. Vier maanden nadat hij bovenstaande brief had geschreven, op 2 september 1944, werd hij op een trein naar Auschwitz gezet – maar zelfs dat weerhield hem er niet van om naar zijn familie te schrijven.

Toen hij al in het zicht van het vernietigingskamp was, schreef hij nog een laatste brief die hij via een arbeider in de trein die hij kende naar Anna wist te sturen. “Van de afstand kun je de rook zien,” schreef hij. “Er is hier zoveel rook. Dit is de hel.”

Dat was het laatste dat zijn familie ooit van hem heeft gehoord.

De dood van Dario en Vittorio’s grootouders is gedocumenteerd in Auschwitz, maar die van hun vader niet. Ze hoorden dat hij twee weken voor de bevrijding van het kamp levend was gezien en Anna heeft hem jarenlang gezocht, zonder resultaat. Dario en Vittorio geloven dat hun vader waarschijnlijk in een dodenmars naar een kamp verder naar het westen is verplaatst, weg van de oprukkende geallieerden, en waarschijnlijk onderweg is omgekomen.

Herontdekking van de brieven

Anna, Dario en Vittorio keerden na de oorlog terug naar hun huis in Triëst, maar immigreerden in 1949 naar Israël – ter vervulling van een wens die Daniele in een van zijn brieven had geuit. Anna bewaarde de brieven veilig in een lade in haar appartement in Tel Aviv, maar de familie sprak zelden over de gebeurtenissen van de oorlog. Nadat Anna op de rijpe leeftijd van 96 jaar stierf, waren haar zonen haar appartement aan het opruimen en ontdekten ze de brieven.

Jaren later werden ze gecontacteerd door het MyHeritage onderzoeksteam. Veel van de Joden van Corfu, een eiland in Griekenland, waren naar Triëst verhuisd – waaronder enkele van Anna’s familieleden – en de onderzoekers van MyHeritage kwamen in dat verband in contact met Dario en Vittorio. Toen Vittorio terloops de collectie brieven die zijn moeder had bewaard tevoorschijn haalde, kon MyHeritage-onderzoeker Roi Mandel zijn ogen niet geloven. Met toestemming van de familie fotografeerde Roi de brieven en gaf hij een lid van zijn team – Elisabeth Zetland – opdracht ze te transcriberen en te vertalen.

Elisabeth besteedde maandenlang aan het transcriberen en vertalen van de brieven. Na afloop van het project presenteerde MyHeritage kopieën en vertalingen aan de familie, terwijl de originelen werden geschonken aan het Yad Vashem-archief in Jeruzalem.

Aangezien Daniele gemiddeld een brief per dag schreef, herbeleefde Elisabeth de ervaring met hem terwijl ze las, transcribeerde en vertaalde. Ze beschrijft het emotionele proces dat Daniele doormaakt, dat doet denken aan het proces dat veel andere Joden in die tijd meemaakten: van verwarring, het denken dat er een vergissing moet zijn geweest, tot verveling, frustratie, hartzeer, en het leven tussen hoop en vrees. Elisabeth gelooft dat het schrijven naar zijn vrouw en zonen hem hielp om te gaan met de ondraaglijke omstandigheden.

Uit de brieven blijkt duidelijk dat hij zich er langzamerhand meer van bewust wordt dat hij ze nooit meer zal zien en hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn zonen belangrijke levenslessen te geven over hoe ze goede mannen kunnen zijn.

“Wees goede en ware broers, hou altijd van elkaar. Zo maak je mij en je lieve moeder, die zo’n goed mens is, gelukkig.”

Zijn zonen hebben die boodschap in zich opgenomen en daarna geleefd. Dario en Vittorio stichten hun eigen gezin – ze hebben allebei een zoon Daniel naar hun vader vernoemt – en hebben nu samen 13 kleinkinderen.

“Wij tweeën hebben altijd contact, elke dag,” zegt Vittorio.

Een krachtige nalatenschap

De brieven van Daniele Israel hebben een krachtige erfenis nagelaten voor zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen: een glimp van zijn ervaring in deze vreselijke periode, en een uitgebreid eerbetoon aan zijn toewijding aan zijn vrouw en kinderen. Wij van MyHeritage zijn vereerd dat wij een rol hebben gespeeld bij het bewaren van deze onbetaalbare documenten en het toegankelijk maken van zijn boodschap van liefde en hoop voor toekomstige generaties.

Plaats een reactie

Het e-mailadres blijft privé en wordt niet gepubliceerd